Veelgestelde vragen verschil schooltoeslag en studietoelage

Waarom zijn er verschillende uitbetalers? 

De afdeling Studietoelagen van het Ministerie van Onderwijs en Vorming is enkel verantwoordelijk voor de studiefinanciering in het hoger onderwijs. Sinds 2019 betalen de uitbetalingsactoren in opdracht van het  Ministerie van Welzijn voor elk kind een Groeipakket op maat uit. De schoolfinanciering voor kleuter-, lager en secundair onderwijs zit daarin vervat.  

 

Waarom verschilt de ontvanger van de schooltoeslag en studietoelage?  

De student zelf ontvangt de studietoelage (zie decreet betreffende de studiefinanciering artikel 57). We willen de voornamelijk meerderjarige student helpen om zijn opleiding te financieren. Dat is niet zo bij de schooltoeslag, want daar ontvangen de ouders het bedrag. De ouders van kinderen uit het kleuter-, lager en secundair onderwijs staan in bijna 100% van de gevallen in voor het onderhoud en de schoolkosten van hun minderjarige kind.  

 

Waarom krijg ik de studietoelage niet automatisch zoals de schooltoeslag? 

We hebben minstens je rekeningnummer nodig, want je krijgt als student zelf de toelage (zie decreet betreffende de studiefinanciering artikel 57). Je moet je studietoelage dus één keer aanvragen om ons die informatie te bezorgen. Dat is een onbekende voor ons. De schooltoeslag kan automatisch gestort worden op de rekening van de ouders, omdat het rekeningnummer gekend is. Ouders maakten bij de geboorte van hun kind al een dossier aan bij een uitbetaler om de kinderbijslag te ontvangen. Er is geen onbekende. 

We kunnen bovendien niet zomaar al je gegevens uit databanken halen. We hebben gegevens van je nodig die nergens anders geregistreerd zijn, bijvoorbeeld het huurcontract van je kot.  

 

Waarom tellen jullie alimentatie mee in de berekening van de studietoelage? 

We brengen de inkomenssituatie van je gezin zo goed mogelijk in kaart. Naarmate je ouder wordt, stijgen de onderhoudsbijdragen doorgaans mee. Ze maken dan ook een significant deel uit van de financiële draagkracht van het gezin. Wanneer je ouder een hoger inkomen heeft doordat hij alimentatiegelden voor je ontvangt, kan het zijn dat je niet in aanmerking komt voor een studietoelage. Hun inkomsten liggen te hoog om te voldoen aan de financiële voorwaarden. 

Het Groeipakket rekent alimentatiegelden niet mee in het inkomen.  
 

Wat zijn de verschillen in nationaliteitsvoorwaarden? 

Om een studietoelage te krijgen, moet je Belg zijn of een duurzame band kunnen aantonen met België. Jij of je ouders moeten hier al een bepaalde periode verblijven of gewerkt hebben. Niet elke verblijfskaart is geldig om aan de voorwaarde te voldoen. 

Om een schooltoeslag te ontvangen, komt iemand met een verblijfskaart (A kaart, E kaart…) in aanmerking zonder bijkomende voorwaarden.

 

Welk inkomen telt voor de berekening?  

De afdeling Studietoelagen gebruikt een andere definitie voor ‘inkomen’ dan het Groeipakket.  

 

Netto versus bruto  

Om de studietoelage te berekenen, kijken we naar het netto-belastbaar inkomen (afzonderlijk en gezamenlijk belastbaar inkomen na aftrek beroepskosten): wedden en lonen, werkloosheidsvergoeding, ziekte-uitkering, leefloon, IVT, vakantiegeld en eindejaarspremie. Om een schooltoeslag te berekenen, kijkt het Groeipakket niet naar het netto-belastbaar inkomen, maar naar het bruto-belastbaar inkomen. Dat ligt standaard hoger, omdat de beroepskosten niet afgetrokken worden. Dit leidt tot hogere inkomensgrenzen. 

Alimentatie 

We rekenen alimentatiegelden voor kinderen ook mee in de berekening. Wanneer je nog ten laste bent van je ouders, kan alimentatie een groot onderdeel uitmaken van het inkomen van je ouders. Hoe hoger het inkomen, hoe groter de kans dat je geen studietoelage nodig hebt om je opleidingskosten te drukken. Alimentatie voor kinderen telt niet mee in de berekening van de schooltoeslag.  

Inkomen niet-verwant 

Het inkomen van een niet-verwant telt bij een studietoelage niet mee in de berekening. We rekenen een minpunt aan. Daardoor ligt de maximuminkomensgrens iets lager. We doen dat enkel als er geen sprake is van huwelijk, wettelijk samenwonen, gezamenlijk kind... Het inkomen van een niet-verwant telt wel mee in de berekening van een schooltoeslag. 

Wijziging in gezinssamenstelling (= ‘leefeenheid)  

Bij een wijziging in het gezin, bv. bij een scheiding van je ouders, willen we enkel rekening houden met de inkomsten van de ouder bij wie je gedomicilieerd bent. Omdat je ouders bij de belastingdienst nog geen apart aanslagbiljet hebben, houden we rekening met recentere inkomsten die je ons zelf bezorgt. 

Bij de berekening van de schooltoeslag houdt de uitbetaler rekening met het bruto-belastbaar bedrag. Daar is het mogelijk om de inkomsten van beide ouders op te splitsen. Hierdoor moet de uitbetaler geen bijkomende inkomsten opvragen bij jou. 

KI-test  

We berekenen de KI-toets op een lager bedrag: 3x KI VREG < 20% referentie-inkomen (nettobedrag). Het Groeipakket berekent de KI-toets op een hoger bedrag: 3x KI VREG < 20% referentie-inkomen (brutobedrag). 

 

Wat bij co-ouderschap? 

Wij kijken naar je domicilieadres. Woont een van je ouders op een ander adres? Dan moet de ouder een openbaarheid van bestuur aanvragen om je informatie te krijgen over je dossier. Voor de schooltoeslag telt de domicilie van de leerling. De begunstigde is de ouder waar het kind gedomicilieerd is.