Stap 3: we berekenen het aantal punten van je leefeenheid

De personenlast in je leefeenheid wordt uitgedrukt in punten. Hoe hoger het aantal punten, hoe hoger de inkomensgrens voor een toelage. Om het aantal punten te bepalen kijken we naar de situatie op 31 december 2018.

Wie? Aantal
punten
X
aantal
personen
Elke persoon in de leefeenheid die fiscaal ten laste is van degene(n) op wiens inkomen de toelage wordt berekend. 1  
Elke leerling of student in de leefeenheid die niet meer fiscaal ten laste is van degene(n) op wiens inkomen de toelage wordt berekend, omdat hij of zij bestaansmiddelen heeft gehad, maar die niet voldoet aan de voorwaarden voor zelfstandig, gehuwd of alleenstaand student of leerling. 1  
Elke persoon in de leefeenheid die onder een van de 2 categorieën hierboven valt, en elke persoon in de leefeenheid op wiens inkomen de toelage wordt berekend, die aan een erkende instelling hoger onderwijs volgt of een bachelor-na-bacheloropleiding of een master-na-masteropleiding volgt. Het totaal aantal punten wordt verminderd met 1 punt en bedraagt nooit minder dan 0. 1  
Elke persoon die onder een van de 2 bovenste categorieën valt en die fiscaal als gehandicapt wordt beschouwd (handicappercentage van minimum 66% of minstens 4 punten in pijler 1). 1  
Elke persoon op wiens inkomen de toelage wordt berekend en die fiscaal als gehandicapt wordt beschouwd (handicappercentage van minimum 66% of minstens 4 punten in pijler 1). 1  
De leerling of student voor wie je een aanvraag doet, is geen zelfstandig(e) of alleenstaand(e) leerling/student.
Let op: dit punt tel je maar één keer voor de hele leefeenheid.
1  
De leefeenheid van de leerling of student die het statuut verwerft van zelfstandig of alleenstaand leerling of student en die personen vermeld in een van de 2 bovenste categorieën ten laste heeft. 1  
Een minpunt wordt toegepast wanneer er in de leefeenheid van de leerling of student (zowel oudergerelateerd, ten laste van andere natuurlijke persoon, gehuwd, zelfstandig of alleenstaand) 1 of meerdere niet-verwanten zijn die over een inkomen beschikken. Een leefloon of een inkomensvervangende tegemoetkoming aan personen met een handicap wordt niet als een inkomen beschouwd: in dat geval hoef je geen minpunt aan te rekenen. -1  
Totaal (pluspunten optellen)    

Opgelet: Voor dezelfde persoon in je leefeenheid kan je vaak verschillende punten tellen. Bijvoorbeeld: als je broer fiscaal ten laste is én hoger onderwijs volgt én een handicap heeft, telt hij voor 3 punten.

Voorbeelden

Gezinssituatie 1: Ouder met 2 kinderen (waarvan 1 in secundair onderwijs, 1 in lager onderwijs)

  • Elke persoon in de leefeenheid die fiscaal ten laste is van degene(n) op wiens inkomen de toelage wordt berekend: 2 punten
  • De leerling of student voor wie je een aanvraag doet, is geen zelfstandig(e) of alleenstaand(e) leerling/student: 1 punt

Totaal: 3 punten in de leefeenheid

 

Gezinssituatie 2: Ouders met 3 kinderen (waarvan 2 in hoger onderwijs, 1 in secundair onderwijs), 1 van de ouders heeft een handicap

  • Elke persoon in de leefeenheid die fiscaal ten laste is van degene(n) op wiens inkomen de toelage wordt berekend: 3 punten
  • Elke persoon in de leefeenheid die onder een van de 2 categorieën hierboven valt, en elke persoon in de leefeenheid op wiens inkomen de toelage wordt berekend, die aan een erkende instelling hoger onderwijs volgt of een bachelor-na-bacheloropleiding of een master-na-masteropleiding volgt. Het totaal aantal punten wordt verminderd met 1 punt en bedraagt nooit minder dan 0: 1 punt (2 studenten in het hoger onderwijs min 1 punt)
  • Elke persoon op wiens inkomen de toelage wordt berekend en die fiscaal als gehandicapt wordt beschouwd (handicappercentage van minimum 66% of minstens 4 punten in pijler 1): 1 punt
  • De leerling of student voor wie je een aanvraag doet, is geen zelfstandig(e) of alleenstaand(e) leerling/student: 1 punt

Totaal: 6 punten in de leefeenheid