Gedeeltelijke of uitzonderlijke toelage

Als het inkomen tussen de minimumgrens en de maximumgrens ligt, krijg je een percentage van de volledige toelage.
 

Berekeningsvoorbeeld gedeeltelijke toelage

Zo wordt een gedeeltelijke toelage berekend:

Bedrag toelage =
((maximumgrens - inkomen) / (maximumgrens - minimumgrens) ) x volledige toelage

Het resultaat rond je af op 2 cijfers na de komma. Is het resultaat lager dan de minimumtoelage, dan ontvang je toch de minimumtoelage.

Rekenvoorbeeld

Stel:

  • Het inkomen van je leefeenheid bedraagt 20.000 euro.
  • Je leefeenheid heeft 3 punten.
  • Je hebt een leerling in het lager onderwijs.

Dan is de toelage:

 [(37.660,54 euro − 20.000 euro) / (37.660,54 euro – 18.509,32 euro)] x 160,28 euro
= (17.660,54 euro / 19.151,21 euro) x 160,28 euro
= 147,80 euro
 

Uitzonderlijke toelage

Ligt het gezinsinkomen heel laag, dan heb je misschien recht op de uitzonderlijke toelage. Je moet daarvoor geen speciale aanvraag indienen: het bedrag wordt automatisch voor jou berekend.

Bedragen:

  • Hoger onderwijs:
    • 5.442,34 euro voor kotstudenten
    • 3.520,66 euro voor niet-kotstudenten
       

Voorwaarden voor de uitzonderlijke toelage

  • Het inkomen van de leefeenheid is lager dan of gelijk aan een 10de van de maximuminkomensgrens.
    en
     
  • Het inkomen bestaat voor minstens 70% uit:
    • Een leefloon
    • Een inkomensvervangende tegemoetkoming aan personen met een handicap
    • Vervangingsinkomsten (werkloosheidsvergoedingen, ziektevergoedingen, brugpensioen). Pensioenen zijn geen vervangingsinkomsten, brugpensioenen wel.

Een paar voorbeelden van concrete leefeenheden en de manier waarop hun toelage wordt berekend.