Berekeningsvoorbeelden

Voorbeeld A: leerling lager onderwijs - leerling secundair onderwijs - student hoger onderwijs

Voorbeeld

Een alleenstaande vrouw heeft 3 kinderen:

  • 1 kind start dit schooljaar in het lager onderwijs.
  • Het 2de kind is 66% gehandicapt en volgt secundair onderwijs in het 4de jaar aso.
  • Het oudste kind zit in het 2de jaar hoger onderwijs met een traject van 60 studiepunten en spoort naar de universiteit.

De moeder werkt deeltijds en ontvangt een alimentatievergoeding. Haar inkomen in 2015 bedraagt 16.170,39 euro (alimentatievergoeding niet inbegrepen). 80% van de alimentatievergoeding bedraagt 4.320,00 euro. Naast haar eigen woning beschikt de moeder over een tweede huis, waarvan het geïndexeerd kadastraal inkomen 1.084,00 euro bedraagt.

 

Leefeenheid

Het gaat om een eenoudergezin. Alleen het inkomen van de moeder telt mee in de berekening.

1ste kind fiscaal ten laste van de moeder 1
2de kind fiscaal ten laste van de moeder 1
3de kind fiscaal ten laste van de moeder 1
2de kind heeft handicap 66% 1
Kind waarvoor aanvraag wordt ingediend, is geen zelfstandig of alleenstaand leerling of student, maar ten laste van moeder 1

Totaal aantal punten van de leefeenheid 5

5

 

Forfaitaire aftrek

Het inkomen bestaat niet voor 70% uit vervangingsinkomens, dus geen forfaitaire aftrek.

 

KI-test

De moeder heeft onroerende goederen ‘Vreemd Gebruik’. Maar omdat dat geïndexeerd kadastraal inkomen 'Vreemd Gebruik' niet hoger is dan 1.250,00 euro, is de KI-test niet van toepassing.

 

Berekening

  • De maximuminkomensgrens voor een leefeenheid met 5 punten is 50.310,68 euro. De minimuminkomensgrens is 20.779,96 euro.
  • Het inkomen is 16.170,39 euro plus 2x het kadastraal inkomen ‘Vreemd Gebruik’: (1084,00 euro x 2) = 18.338,39 euro. Plus 80% van het alimentatiegeld (4.320,00 euro).
  • Het volledige inkomen is dus 22.658,39 euro.

Leerling lager onderwijs

De volledige toelage voor een leerling lager onderwijs is 160,28 euro. Het gezinsinkomen is hier lager dan de maximumgrens en hoger dan de minimumgrens, dus wordt een percentage berekend. De berekening geeft het volgende:

Bedrag toelage = ((maximumgrens - inkomen) / (maximumgrens - minimumgrens)) x volledige toelage

[(50.310,68 - 22.658,39) / (50.310,68 – 20.779,96)] x 160,28
= (27.652,29 / 29.530,27) x 160.28 = 150,09

  • De schooltoelage bedraagt 150,09 euro.
     

Leerling secundair onderwijs

De volledige toelage voor een leerling secundair onderwijs die niet op internaat zit, bedraagt 589,36 euro. Het gezinsinkomen is hier lager dan de maximumgrens en hoger dan de minimumgrens, dus wordt een percentage berekend. De berekening geeft het volgende:

Bedrag toelage = ((maximumgrens - inkomen) / (maximumgrens - minimumgrens)) x volledige toelage

[(50.310,68 - 22.658,39) / (50.310,68 – 20.779,96)] x 589,36
= (27.652,29 / 29.530,27) x 589,36 = 551,88

  • De schooltoelage bedraagt 551,88 euro.
     

Student hoger onderwijs

De volledige toelage voor een niet-kotstudent is 2.426,13 euro, maar het inkomen is lager dan de maximumgrens en hoger dan de minimumgrens, dus wordt een percentage berekend. De berekening geeft het volgende:

Bedrag toelage = ((maximumgrens - inkomen) / (maximumgrens - minimumgrens)) x volledige toelage

[(50.310,68 - 22.658,39) / (50.310,68 – 20.779,96)] x 2.426,13
= (27.652,29 / 29.530,27) x 2.426,13 = 2.271,84

  • De studietoelage bedraagt 2.271,84 euro.

 

Voorbeeld B: kleuter - cursist hbo5 Verpleegkunde - student hoger onderwijs

Voorbeeld

Een gescheiden man met een inkomen van 21.590,50 euro in 2015 heeft het hoederecht over 3 kinderen en heeft ze fiscaal ten laste.

  • 1 kind start in het eerste jaar hoger onderwijs als niet-kotstudent en schrijft zich in voor 40 studiepunten.
  • Het 2de kind is extern leerling in het secundair onderwijs in hbo5 Verpleegkunde.
  • Het 3de kind gaat naar de kleuterschool.

De vader is eigenaar van een woning en een appartement. Hij verhuurt het appartement met een geïndexeerd KI van 1.390,00 euro.

In 2011 is hij feitelijk gaan samenwonen met iemand die eigen inkomsten heeft.

 

Leefeenheid

De vader woont feitelijk samen met iemand met wie hij geen gemeenschappelijke kinderen heeft, en die zijn kinderen niet fiscaal ten laste heeft. Alleen het inkomen van de vader telt mee voor de berekening.

Aantal punten van de leefeenheid

1ste kind fiscaal ten laste van de vader 1
2de kind fiscaal ten laste van de vader 1
3de kind fiscaal ten laste van de vader 1
Kind waarvoor aanvraag wordt ingediend, is geen zelfstandig of alleenstaand leerling of student, maar ten laste van ouder 1
Degene met wie de vader samenwoont, heeft een eigen inkomen -1
Totaal aantal punten van de leefeenheid 3

 

Forfaitaire aftrek

Het inkomen bestaat niet voor 70% uit vervangingsinkomens, dus geen forfaitaire aftrek.

 

KI-test

De vader heeft onroerende goederen ‘Vreemd Gebruik’ die hoger zijn dan 1.250,00 euro. De KI-test is dus van toepassing. Maar het KI van (1.390,00 euro × 3) = 4.170,00 euro ligt lager dan 20% van het volledige inkomen zonder KI: (20% van 21.590,50 euro) = 4.318,10 euro. De kandidaat wordt dus niet afgewezen op basis van de KI-test.

 

Berekening

De maximuminkomensgrens voor een leefeenheid met 3 punten is 37.660,54 euro. De minimuminkomensgrens is 18.509,32 euro. Het inkomen is 21.590,50 euro plus 2x het kadastraal inkomen ‘Vreemd Gebruik’: (1.390,00 euro × 2) = 2.780,00 euro. Het volledige inkomen is dus 24.370,50 euro.

Kleuter

De toelage voor een kleuter bedraagt 94,98 euro (vast bedrag).

Cursist hbo5 Verpleegkunde

De volledige toelage voor een externe cursist hbo5 Verpleegkunde bedraagt 848,10 euro. Het inkomen is hier lager dan de maximumgrens en hoger dan de minimumgrens, dus wordt een percentage berekend. De berekening geeft het volgende:

Bedrag toelage = ((maximumgrens - inkomen) / (maximumgrens - minimumgrens)) x volledige toelage

[(37.660,54 - 24.370,50) / (37.660,54 - 18.509,32)] x 848,10
= (13.290,04 / 19.151,21) x 848,10 = 588,54

  • De schooltoelage bedraagt volgens deze berekening 588,54 euro, maar ze wordt opgetrokken tot de minimumtoelage voor een externe leerling HBO5 verpleegkunde. De schooltoelage wordt dus 706,55 euro.

 

Student hoger onderwijs

De volledige toelage voor een niet-kotstudent is 2.426,13 euro. Het inkomen is hier lager dan de maximumgrens en hoger dan de minimumgrens, dus wordt een percentage berekend. De berekening geeft het volgende:

Bedrag toelage = ((maximumgrens - inkomen) / (maximumgrens - minimumgrens)) x volledige toelage

[(37.660,54 - 24.370,50) / (37.660,54 - 18.509,32)] x 2.426,13
= (13.290,04 / 19.151,21) x 2.426,13 = 1.683,62

Omdat de student maar een studietoelage voor 40 studiepunten kan krijgen, krijgt hij een percentage van dat bedrag. Dat wil zeggen:

(1.683,62 x 20%) + [(1.683,62 x 80% x 40) / 60]
= 336,72 + [(1.346,90 x 40) / 60]
= 336,72 + 897,93
= 1.234,65

  • De studietoelage bedraagt 1.234,65 euro.
     

Voorbeeld C: zelfstandig student hoger onderwijs

Voorbeeld

  • Een student woont om familiale redenen niet langer thuis. Hij huurt een appartement samen met zijn vriendin.
  • In 2016 en 2017 heeft hij gedurende 12 maanden een netto belastbaar inkomen verkregen voor een bedrag van 6.800,00 euro. In 2017 heeft hij een inkomen van 3.150,00 euro. Het kadastraal inkomen van het appartement bedraagt 377,00 euro.
  • De student en zijn vriendin hebben geen kinderen.

 

Leefeenheid

De student kan niet worden beschouwd als gehuwd of samenwonend student, want er is geen officiële verklaring van wettelijke samenwoning en er is geen gemeenschappelijk kind. Maar hij voldoet wel aan de voorwaarden voor het statuut van zelfstandig student: hij heeft in 2016 en in 2017 gedurende 12 maanden een netto belastbaar inkomen verworven van 6.800,00 euro, wat meer is dan 6.939,19 euro.

 

Aantal punten van de leefeenheid

Aanvrager toelage is zelfstandig student maar heeft niemand ten laste 0
Totaal aantal punten van de leefeenheid 0

 

Forfaitaire aftrek

Het inkomen bestaat niet voor 70% uit vervangingsinkomens, dus geen forfaitaire aftrek.

 

KI-test

Geen onroerende goederen, dus geen KI-test.

 

Berekening

De maximuminkomensgrens voor een leefeenheid met 0 punten is 17.530,32 euro. De minimuminkomensgrens is 7.952,95 euro. De 12de maand waarin de student een eigen inkomen heeft verworven, valt in 2017. Hij heeft dat jaar een inkomen van 3.150,00 euro. Zijn inkomen in 2017 ligt dus lager dan de minimumgrens. Daarom ontvangt hij de volledige studietoelage. Een zelfstandig student wordt altijd gelijkgesteld met een kotstudent. Hij ontvangt 4.042,25 euro.